GRAS
Ik, dun en spichtig sprietje gras, zoo nietig en zoo kleene, ik ben het luttel plekje aard, de lucht en 't zonnelicht niet waard en missen doet mij geene.
De wind veracht mijn zwakke steel en doet me buigend klagen : Ik draag geen kleurenrijke blom, geen bijtje ziet er naar mij om, wie zou no ...
BUIGEN, BUIGEN, ANDERS NIET
In 't maneschijnsel sta ik stil en toef bij 't zwijgend meer, en luister naar 't bekorend lied van 't fluisterend vertellend riet in stemmingsvolle sfeer.
De ware rust en levensvrêe, voor 't ontevreden hart, zoo zing't het ruischend oeverriet is buigen, buigen, anders niet, al valt het nog zo ...